Verdeling van de wanddikte bij dompelgietstukken

Ook een pannenkoek is niet overal even dik

Stelt u zich eens voor dat u pannenkoekenbeslag in een hete koekenpan giet. Hoe u het ook probeert, het beslag kan niet overal tegelijkertijd in de pan liggen en zal daardoor ook niet overal even dik worden. Sommige delen worden iets dikker, andere blijven iets dunner – simpelweg omdat het beslag zich met enige vertraging verspreidt en de hoeveelheid resterend beslag ook steeds minder wordt.

Ook vloeibaar PVC volgt bij de productie dezelfde natuurkundige wetten.

Verschillen in wanddikte Bij het PVC-dompelproces zijn deze onvermijdelijk en behoren zij tot de typische kenmerken van dit productieproces.

Dit betekent echter geenszins dat het onderdeel gebrekkig is. De wanddikte ontstaat veeleer door het samenspel van de geometrie van het onderdeel, de warmteoverdracht, de materiaaleigenschappen en de verblijftijd in het dompelbad.

Terwijl eenvoudige, rotatiesymmetrische spuitgietonderdelen vaak een relatief gelijkmatige verdeling van de wanddikte vertonen van het gesloten naar het open uiteinde, vertonen complexe geometrieën bijna altijd gebieden met merkbaar dikkere en dunnere materiaallagen.

Het belangrijkste is de Warmteopslag van de dompelkern en de verblijftijd in het dompelbad.

Massieve delen van een dompelkern slaan meer warmte-energie op dan filigrane delen. Hierdoor blijft hun oppervlak langer heet. Het PVC-plastisol gelatineert daar gedurende een langere periode en kan binnen de verblijftijd in het dompelbad een dikkere materiaallaag opbouwen.

Daarnaast speelt het vloeigedrag van het nog niet gestolde PVC een rol. Totdat het materiaal, nadat de dompelkern is verwijderd, volledig in de oven is uitgehard, kan het nog in geringe mate verschuiven. Radii, overgangen, randen en dwarsdoorsneden van verschillende afmetingen beïnvloeden deze beweging bovendien (zie ook Afvoersporen en afvoerdruppels).

Ook de viscositeit van het PVC-plastisol, de temperatuur van de dompelkern en de snelheid waarmee het materiaal wordt ondergedompeld en weer uit het bad wordt gehaald, zijn van invloed op de uiteindelijke wanddikte.

Daarom geldt bij het PVC-dompelproces een belangrijk uitgangspunt:

De wanddikte van een rotatiesymmetrisch dompelstuk, zoals die van een ronde kap of een balg, is het grootst op de plaats waar de dompelkern het plastisol voor het eerst raakt. Dit is tevens de plek die als laatste uit het dompelbad wordt getrokken, en die bijgevolg het langst in het dompelbad verblijft; deze wordt aangeduid als het gesloten uiteinde van de dompelkap en vertoont bovendien nog de verdikking als gevolg van de Afdruipbakje vormt.

Bij dompelgietstukken zijn volledig identieke wanddiktes niet te realiseren zonder mechanische nabewerking – en in de meeste toepassingen is dit ook helemaal niet nodig.
Veel belangrijker is een consistente en reproduceerbare productie. Juist daarin ligt de kracht van een goed beheerst dompelproces: elk onderdeel voldoet op betrouwbare wijze aan de eisen op het gebied van functionaliteit, bescherming en levensduur.

De wanddikte van een ondergedompeld onderdeel is vergelijkbaar met die van een pannenkoek – niet overal even dik of even dun

Van het open uiteinde naar het gesloten uiteinde neemt de wanddikte geleidelijk toe. Helemaal bovenaan bevindt zich de afvoerdruppel aan het gesloten uiteinde van de balg.

Deel bericht: